From 1 - 10 / 309
  • Is onderdeel van het wettelijk voorgeschreven beheerplan Natura 2000 (NB-wet 1998). De in Drenthe gepubliceerde kaarten, op het Dwingelderveld na, zijn allen vastgesteld in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken. Voor het Dwingelderveld geldt dat de huidige kaart een werkversie is. In 2018 wordt op basis van een kartering in 2017 een nieuwe kaart opgesteld.

  • Bedrijventerreinen die in het kader van de Wet geluidhinder zijn gezoneerd.

  • Separatiezones binnen routeringsysteem van het verkeersscheidingsstelsel voor de scheepvaart op de Noordzee. Deze data gebruiken in combinatie met ZD_VSS_symbolen en ZD_verkeersscheidingsstelsel.

  • Gebied op de Noordzee en Het Kanaal gebruikt voor het leggen en vegen van mijnen en militaire schietoefeningen met geschut zowel vanuit de kust als uit vliegtuigen (het omvat alle vlieggebieden, munitiegebieden, oefengebieden en schietterreinen)

  • Historische gegevens van vakindeling van de Stort en loswallen op de Noordzee. Er zijn 2 soorten stort- en loswallen: vastgelegd mbv WBR vergunning incl. milieubesluiten en stort- loswallen die vastgelegd zijn binnen de baggercontracten. Deze laatste liggen voornamelijk in het kustfundament.

  • Indeling in wildbeheereenheden (jachtgebieden), situatie per 2017.Om ten behoeve van verhuur van jachtrechten door waterschappen, domeinen, enzovoorts werkgebieden van Wildbeheereenheden vast te leggen worden WBE-grenzen door gedeputeerde staten gepubliceerd.

  • De doorgaande NAP -20 meter dieptelijn is een vereenvoudiging van de fysieke NAP -20 meter dieptelijn. De fysieke of werkelijke NAP -20 meter dieptelijn is erg grillig en kan onder invloed van zandtransport door stromingen en golven veranderen. Daarom is gekozen voor de doorgaande NAP -20 meter dieptelijn. Die is vastgelegd in coordinaten en verandert niet. De doorgaande NAP -20 meterlijn is voor Zeeland al in 1993 doorgevoerd in het 'Beleidsplan Voordelta', dat ook ondertekend is door LNV, en voor de rest van de kust in het 'Regionaal Ontgrondingenplan Noordzee' in 2004 en in de 'Nota Ruimte' in 2005/6. In de Nota Ruimte is daar de term 'zeewaartse begrenzing kustfundament' aan gehangen. De ligging van de doorgaande NAP -20 meter dieptelijn is in overleg tussen V&W, LNV en VROM tot stand gekomen en in coordinaten vastgelegd in het "geopakhuis' bij RWS Noordzee. De NAP -20 meter is niet willekeurig gekozen. In het Deltagebied en in het Waddengebied gaat op die diepte de onderzeese kusthelling over in de vlakkere zeebodem. Lokaal wordt dit wat gecompliceerd door ebdelta's en zandbanken, maar het is wel een goede keus als grens voor het kustsysteem. Daarnaast is op basis van de doorgaande NAP -20 meter dieptelijn op 2 km zeewaarts hiervan een lijn gedefinieerd ter begrenzing van de grootschalige zandwinning.

  • Rijkswaterstaat beheert de zwemlocaties op de Rijkswateren, waarbij wordt voldaan aan de EU zwemwaterrichtlijn. Per zwemlocatie is een zwemwaterprofiel beschikbaar, waarin de belangrijke kenmerken van deze plek staan beschreven. Een kaartje van de zwemzone met daarin aangegeven het controlepunt waar de locatie wordt bemonsterd is in de profielen opgenomen. De zwemzones worden vastgesteld m.b.v. de aanbevelingen uit het rapport “KRW en oppervlaktewater Bescherming van zwemwater en oppervlaktewater voor drinkwaterbereiding onder de Europese Kaderrichtlijn Water”. De zwemwaterkwaliteit wordt gedurende het badseizoen (1 mei t/m 30 september) tenminste een keer per maand onderzocht. Het controlepunt is de locatie in het zwemwater waar: a) de meeste zwemmers worden verwacht, of b) volgens het zwemwaterprofiel het grootste risico van verontreiniging wordt verwacht. Zwemwaterprofielen worden geactualiseerd volgens de criteria genoemd in de EU-zwemwaterrichtlijn en zijn afhankelijk van de kwaliteitsklasse waarin de locatie valt.

  • Dit bestand geeft de situatie over kapmeldingen, illegale vellingen, perceelsnummers en eigenaren weer op grond van het bepaalde in de Boswet van 20 juli 1961. Het betreft hier de situatie tot en met januari 2017.

  • In het Centraal Halte Bestand, ontwikkelt door CROW-NDOV werken vervoerders, ov-autoriteiten en wegbeheerders samen aan het up tot date houden van haltedata. Van hieruit word een export gemaakt.