From 1 - 10 / 52
  • The National Oceanographic Data Committee (NODC) of the Netherlands is the national platform for exchange of oceanographic and marine data and information, and for advisory services in the field of ocean and marine data management. The overall objective of the NODC is to effect a major and significant improvement in the overview and access to marine and oceanographic data and data-products from government and research institutes in the Netherlands. This is not done alone and only with a national focus, but on a European scale as an active partner in the Pan-European SeaDataNet project, complying to the INSPIRE and the new Marine Strategy EU Directives, and on a global scale as the Netherlands representative in major international organisations in this field, ICES and IOC-IODE. A major step has been made with the launch of the NODCi - National Infrastructure for access to Oceanographic and Marine Data and Information. This was developed in the framework of the Ruimte voor Geo-Informatie (RGI) programme as RGI-014 project. It includes a new NODC-i portal (www.nodc.nl), that provides users with a range of metadata services and a unique interface to the data management systems of each of the NODC members. By this Common Data Index (CDI) interface, users can get harmonised access to the datasets, that are managed in a distributed way at each of the NODC members. The NODCi portal functions as the Dutch node in the SeaDataNet infrastructure. The NODC CDI service contains several thousands of references to individual marine and oceanographic datasets. For inclusion in the National Geo Register these have been aggregated by combinations of Data Holding Centres - Disciplines. Each NGR - NODC record therefore represents a large number of individual metadata records and associated datasets. By following the specified URL to the NODCi portal, users can consider these metadata in detail and can achieve downloading of interesting datasets via the shopping cart transaction system, that is integrated in the NODCi portal.

  • Het LGN6 bestand is een landsdekkend rasterbestand met een resolutie van 25 meter waarin 39 vormen van landgebruik zijn onderscheiden. In het bestand worden de belangrijkste landbouwgewassen, een aantal natuurklassen en stedelijke klassen onderscheiden. Het LGN6 bestand heeft enkele belangrijke wijzigingen ondergaan t.o.v. LGN5. De geometrie en thematiek op hoofdklassen is nu volledig gebaseerd op Top10vector (versie 2006). Agrarische percelen, kassen, boomgaarden, fruitkwekerijen, boomkwekerijen, zand, heide, bossen, water en infrastructuur zijn overgenomen uit Top10vector. Het stedelijk gebied is gedefinieerd m.b.v. de bestanden Begrenzing Bebouwd Gebied (BG2003) en Bestand BodemGebruik (BBG). Voor de verdere invulling van de hoofdklassen is o.a. gebruik gemaakt van satellietbeelden van 2007 en 2008, luchtfoto’s, Basiskaart Natuur 2007 (BKN2007) en LGN5. De definities van de landgebruiksklassen zijn aangescherpt. Landgebruiksbestanden LGN1 en LGN2 waren nog experimentele bestanden met beperkte nauwkeurigheid en duidelijke tekortkomingen. In LGN3 zijn deze tekortkomingen grotendeels opgelost en met LGN3plus is de bruikbaarheid van het bestand voor toepassingen op het gebied van natuur en ecologie sterk verbetert. Met het LGN4-bestand is een nieuwe stap gezet met het uitbreiden van de toepassingsmogelijkheden van het LGN-bestand. Belangrijke verbeteringen die doorgevoerd zijn in het LGN4-bestand zijn een koppeling van de landbouwgewassen aan TOP10-vector en de mogelijkheid om veranderingen in landgebruik op te sporen, die zich in de periode 1995-2000 hebben voorgedaan. De versies 1-3 van het LGN-bestand werden geleverd als één enkel rasterbestand. Het LGN6-bestand bestaat net als het LGN4 en LGN5-bestand niet uit een enkel rasterbestand, maar vormt een collectie van bestanden.

  • Aan de basis van de vele gezichten van Brabant ligt de afwisseling van de niet-levende natuur: van reliëf, bodemtype en watersysteem. Slechts op sommige plaatsen hebben de (fossiele) verschijnselen van de niet-levende natuur nog een gave vorm of zijn aardkundige processen actief, hier is sprake van aardkundige waarden. De Provincie Noord-Brabant wil haar aardkundige waarden behouden en door het benoemen van aardkundige monumenten de bijzondere verhalen van die gebieden vertellen aan een breed publiek. Het puntenbestand geeft indicatief de ligging van de aangewezen monumenten weer. Het bestand zal worden uitgebreid als meer monumenten worden aangewezen.

  • Berekende trendwaarden horizontale positie kustlijn ten opzicht van de Basiskustlijn voor het jaar 2009. Cijfer en kaarten worden jaarlijks verwerkt in het kustlijnkaartenboek dat wordt uitgegeven door de Waterdienst. Op basis van dit boek wordt het suppletieschema voor het jaar 2 jaar na meting vastgesteld. Afgebeeld is de trend in uitwijking van de positie van de te toetsen kustlijn (TKL) ten opzichte van de Basiskustlijn. In de onderliggende tabel alle toetsparameters die door de toetsprogrammatuur WINKUST worden uitgerekend. De kleuring geeft de richting van de trend (zeewaarts/landwaarts) en geeft de ligging weer van de tkl (zeewaarts/landwaarts).

  • Het LGN6 veranderingsbestand is een landsdekkend rasterbestand met een resolutie van 25 meter. Dit bestand geeft plaatsen aan waar het landgebruik in de periode 2003-2008 is veranderd voor de 8 monitoringsklassen. Het bestand biedt de mogelijkheid om met behulp van het monitoringsbestand veranderingen in het landgebruik tussen 2003 en 2008 te volgen. A.g.v. veranderingen in de methodiek bij de vervaardiging van LGN6 kan het zijn dat de monitoringsklassen van LGN5 en LGN6 gelijk zijn gebleven terwijl er wel een landgebruiksverandering is opgetreden in betreffende periode.

  • Dit bestand bevat bufferzones van 250 meter rondom de verzuringsgevoelige gebieden (obv WAV). Met de Wet ammoniak en veehouderij (WAV) beperkt het Rijk de ammoniakuitstoot en daarmee de verzuring in de omgeving van natuurgebieden. De provincie Groningen heeft op basis van deze wet de voor ammoniak gevoelige gebieden aangewezen (zie Omgevingsverordening 2016). In deze zeer kwetsbare gebieden en in een bufferzone van 250 meter daar omheen mogen zich geen nieuwe veehouderijen vestigen en zijn de uitbreidingsmogelijkheden voor bestaande veehouderijbedrijven beperkt. Deze dataset is opgenomen in de Provinciale Omgevingsvisie 2016-2020 en de Omgevingsverordening 2016.

  • Dit bestand bevat landschapstypen die op grond van verschillen in ontstaanswijze, grondsoort en beeldkenmerken zijn te onderscheiden. Landschap is een gebied zoals dat door mensen wordt waargenomen en waarvan het karakter bepaald wordt door de ontstaanswijze, natuurlijke (abiotische- en biotische-) en/of menselijke (antropogene) factoren en de interactie daartussen. Het karakter verschilt in Groningen, daarom is onderscheid gemaakt in landschapstypen. .

  • Projecten uit het Netwerkprogramma Brabantstad Bereikbaar - Punt

  • KRW Oppervlakte grondwaterlichamen Nederland (Kader Richtlijn Water)

  • Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) t.o.v het lokale maaiveld. GHG berekeningen zijn uitgevoerd voor 25x25 cellen, afkomstig uit het AHN (Actueel hoogtebestand Nederland) en gebaseerd op veldmetingen met een positie nauwkeurigheid van ongeveer 25 meter. De ruimtelijke dekking is 70%, de provincie Noord-Brabant, de waterschappen Peel en Maasvallei, Reest en Wieden, Rijn en IJssel, Regge en Dinkel, Velt en Vecht en de landbouw percelen in zand en lossgebieden in Nederland. De geldigheidsdatum is van 21-4-2005 t/m 21-4-2010.