From 1 - 10 / 157
  • 1809 - 1953 (1953, watersnoodramp, met als gevolg de Deltawerken)

  • bij hoogwater af te sluiten opening in een dijk of een beermuur; gebruikt als doorgang voor weg of spoorlijn. Afsluiting meestal d.m.v. planken of schotbalken.

  • hoofd in rivier of ander buitenwater van aarde, steen en/of rijshout (en tegenwoordig staal), bedoeld om stroomaanval op de oever tegen te gaan en/of de vaargeul op diepte te houden.

  • Sommige dorpen zijn te typeren als gereduceerde of onvolledig ontwikkelde nederzettingen (gehuchten of buurtschappen), bijvoorbeeld Baarsdorp, Brijdorpe, Eversdijk, Hoogelande, Looperskapelle, Het Oudeland/Schakerlo, Wissekerke (bij ’s-Heer Arendskerke) en Zanddijk.

  • Voorstraatdorpen zijn ontstaan van de 15e tot en met de 18e eeuw in de nieuwlandgebieden. Ze werden meestal reeds in het plan voor bedijking aangegeven. Alleen de grotere polders kregen een dorp. Dit dorpstype heeft als centraal element een brede hoofdstraat, ‘de voorstraat’. Deze staat loodrecht op de zeedijk en verbindt de haven (kaai) met de kerk. De hoofdstraat is aan beide zijden bebouwd en evenwijdig eraan zijn enkele achterstraten aangelegd; dwarsstraten verbinden deze met de voorstraat. Een centrum ontbreekt veelal. Het voorstraatdorp is één van de oudste dorpstypen in de nieuwlandpolders. Het type heeft overwegend niet-agrarische bebouwing, omdat de boerderijen van meet af aan verspreid in de polder werden gebouwd. Voorstraatdorpen zijn relatief veel aanwezig op Noord-Beveland en verder op Tholen, Sint Philipsland, Schouwen-Duiveland, Walcheren en in Zeeuwsch-Vlaanderen. Een subtype binnen deze categorie is het ring-voorstraatdorp. Daarin wordt de voorstraat aan de polderzijde afgesloten met een kerkring, aanvankelijk rond, later rechthoekig. In sommige gevallen was er vroeger een gracht rondom het kerkhof. Een havenplein aan het andere uiteinde van de voorstraat kan de ruimtelijke tegenhanger van de kerk met het kerkhof vormen. De kerk neemt doorgaans een veel minder centrale plaats in dan bij de oudere ringdorpen. Bij het ring-voorstraatdorp gaat het om een planmatige opzet, die vaak al opgetekend werd bij de verkaveling van de polder. Schouwen-Duiveland: Bruinisse Walcheren: Nieuw- en Sint-Joosland, Westkapelle Noord- en Zuid-Beveland: Colijnsplaat, Geersdijk, Kamperland, Kats, Kortgene, ’s-Gravenpolder, ’s-Heer-Arendskerke, Wissenkerke, Wolfaartsdijk. Tholen: Scherpenisse, Sint Annaland, Stavenisse Sint Philipsland: Sint Philipsland Zeeuwsch-Vlaanderen: Emmadorp, Hoofdplaat, Zeedorp, Walsoorden

  • Het ringdorp is één van de oudste dorpstypen en zeer karakteristiek voor Zeeland. De ringdorpen dateren in een aantal gevallen uit de periode voor de systematische bedijkingen en komen voor in de oudlandgebieden van Schouwen-Duiveland, Tholen, Walcheren en Zuid-Beveland en in westelijk Zeeuws-Vlaanderen. De dorpen liggen, net als de meeste oude wegen, op de kreekruggen. De dorpskern bezit een min of meer ronde vorm met de kerk in het midden. Een belangrijk onderdeel van het ringdorp is de kerkring. Deze weg of straat is niet altijd rond, maar heeft soms een rechthoekige, driehoekige of nog een andere vorm. In die gevallen gaat het vaak om een stratenpatroon dat van oorsprong een driesprong of kruising van wegen was. Door een nieuw verbindingsweggetje aan te leggen ontstond dan de ringvorm. Binnen in de ring bevindt zich het vaak hoger gelegen kerkhof met de kerk. Aan de buitenzijde bezit de ring een meestal gesloten bebouwing. De meeste andere dorpswegen komen op de ring uit. Vroeger was vaak een gracht rondom het kerkhof aanwezig, dit is nu echter zeer zeldzaam (alleen nog in Dreischor en Noordgouwe). Een ander karakteristiek element in het centrum is de vaete (drinkput), vooral nog op Zuid-Beveland veel voorkomend. De ringdorpen bestonden aanvankelijk uit agrarische bebouwing. Over het algemeen zijn de boerderijen inmiddels uit de bebouwde kom verdwenen en is de vrijgekomen grond in beslag genomen door niet-agrarische bebouwing. Het ringdorp kan gebouwd zijn op een terp en is qua ruimtelijke structuur te vergelijken met de Friese en Groninger terpdorpen. Een ringdorp bezit oorspronkelijk geen voorstraat, deze werd soms later aangelegd, waardoor een ring-voorstraatdorp ontstond. Eén van de mooiste en bekendste voorbeelden van een ringdorp is Dreischor op Schouwen-Duivenland. Hier staat de kerk centraal waaromheen zich het kerkhof bevindt, begrensd door een gracht. Daar omheen loopt de ringstraat met aanliggende huizen. Buiten de eerste ring loopt nog een tweede ring van straten en huizen. Schouwen-Duiveland: Dreischor, Haamstede, Kerkwerve, Nieuwerkerk, Noordgouwe, Noordwelle, Ouwerkerk, Renesse, Serooskerke Walcheren: Ritthem, Aagtekerke, Biggekerke, Gapinge, Grijpskerke, Kleverskerke, Koudekerke, Meliskerke, Oostkapelle, Serooskerke, Zoutelande Noord- en Zuid-Beveland: Eversdijk, Kapelle, Kloetinge, Nisse, Oudelande, Oud-Sabbinge, Schore, ’s-Heer-Abtskerke, ’s-Heer-Hendrikskinderen, Sinoutskerke, Waarde. Tholen: Poortvliet, Oud-Vossemeer Zeeuwsch-Vlaanderen: Cadzand, Groede, Sint Kruis

  • Het (niet aaneengesloten) gebied bestaat uit tien dammen, verspreid over Zeeland (andere onderdelen van de Deltawerken liggen in Zuid-Holland). Deze dammen vormen de ruggengraat van de Deltawerken. Dit waterstaatkundige project, een van de belangrijkste uit de 20ste eeuw, moet een groot deel van Nederland tegen overstromingen beschermen. De Deltawerken vormen een mijlpaal in het voor Nederland zo kenmerkende thema “omgang met water”.

  • Inventarisatie boerderijen welke voor 1960 zijn gebouwd. Aangevuld met boerderijen met Prov. selectie cult. hist. waardevolle boerderijcomplexen

  • Forten, schansen en batterijen zijn zelfstandige, aan alle kanten te verdedigen vestingwerken, met een vier-, vijf- of zeshoekige hoofdvorm. Aanleg gebeurde vaak als onderdeel van een defensieve linie of stelling. Een schans is een klein type fort met meestal een ondersteunende functie in een linie. Hiervoor werd ook wel de benaming batterij gebruikt. Gemeenschappelijk bij forten, schansen en batterijen is de toepassing van wallen en grachten.

  • UIt natuursteen, baksteen of ijzer opgetrokken markering in de vorm van een paal of steen, o.a. lokale grensstenen (ambachtsheerlijkheden), dijkpalen (i.v.m. dijkonderhoud) en kilometerpalen (bij wegen).