revisionDateYear

1997

53 record(s)
 
License
Type of resources
protocol
Years
revisionDateYears
publicationDateYears
From 1 - 10 / 53
  • Straalverbinding met obstakelvrije hoogte. Streekplan Drenthe, kaart A.5.8.

  • De aardkunde bestudeert de bovenste meters van de aarde en de vormen en patronen die aan het oppervlak zichtbaar zijn. Bijzonder stuifzandgebied met veel microrelief, smeltwaterafzetting (waarschijnlijk came), petgat of meer. Provinciaal Omgevingsplan Drenthe POP, kaart 6 en Provinciaal Omgevingsplan Drenthe POPII, kaart 6.

  • Corridoor voor 380 KV hoogspanningsleiding.

  • Deze kaart laat de gebieden met loofbosjes zien. Provinciaal Omgevingsplan Drenthe. POP-1, kaart 7 en Provinciaal Omgevingsplan Drenthe POPII, kaart 7, vastgesteld door Provinciale Staten van Drenthe op 7 juli 2004. (Op de kaarten als punt weergegeven).

  • Dit bestand geeft de kwetsbaarheid van de bodem voor nitraatuitspoeling weer zoals in het door Provinciale Staten van Drenthe van 7 juli 2004. vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Drenthe II,kaart E en het PMP 1995-1998, kaart 5 en het POP, kaart 14. is weergegeven.

  • In het Provinciaal Milieubeleidsplan, vastgesteld in 1995, zijn op kaart 3 de belangrijke archeologische objecten aangegeven

  • Ontwikkelingsschets voor de verblijfsrecreatie. Streekplan Drenthe, kaart B.3.3.

  • Stuwwal (gestuwde formatie) en hoogveen. Provinciaal Omgevingsplan Drenthe POP, kaart 6. en Provinciaal Omgevingsplan Drenthe POPII, kaart 6.

  • In het Provinciaal Omgevingsplan Drenthe, G.S. 9 december 1997 wordt de Ontwikkeling van oppervlaktewaterwinning of natuurwaarden aangegeven.Provinciaal Omgevingsplan Drenthe. POP-1, kaart 3. en Provinciaal Omgevingsplan Drenthe. POP-2, kaart 3.

  • In het door Provinciale Staten vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Drenthe II, van 7 juli 2004 is op kaart D het fosfaatbindend vermogen bij een hoogste grondwaterstand opgenomen. De mate waarin landbouwgronden fosfaat lekken naar het oppervlaktewater hangt af van de capaciteit van de bodem om fosfaat vast te houden (fosfaatbindend vermogen) en van de stroming van het water door de bodem naar het grond- en oppervlaktewater. In kalkloze gronden wordt fosfaat vooral gebonden aan ijzer- en aluminiumhydroxiden. In kalkhoudende gronden wordt fosfaat vooral vastgelegd in de vorm van calciumfosfaten. De kans op fosfaatuitspoeling naar het grond- en oppervlaktewater neemt toe naarmate de bodem meer met fosfaat verzadigd raakt en de grondwaterstand hoger is.