From 1 - 10 / 24
  • Vegetatiekaart op basis van de milieukartering Drenhte 1974-1978, deel IV.

  • Verzorgingsstructuur van kernen onderverdeeld in drie niveaus.Streekplan Drenthe, 27 juni 1990, kaart A.4.1.

  • Gewenste natuurdoeltypen van bestaande en nieuwe natuurgebieden overeenkomstig de gebiedsvisies van de Provincie Drenthe, te weten: Noordenveld, Smilde, Drentse Aa, Hunze / Veenkolonien, Vledder- en Wapserveense Aa, Oude Vaart, Middenveld / Oude Diep, Geeser-, Wester- en Sleenerstroom, Reest / Hollandscheveld en de Zuidoostdrentse veengebieden, situatie 1996. (Van enkele gebiedsvisies zijn de natuurdoeltypen op een grover schaalniveau dan 1:10.000 geklassificeerd). De natuurdoeltypen zijn een streefbeeld voor de realiseringstermijn (tot 2018) van de Ecologische Hoofdstructuur van de provincie Drenthe.

  • Informatie over gebouwen voor de verblijfsaccommodatie, verzameld via enquetes.

  • In het Streekplan Drenthe, vastgesteld 27 juni 1990, zijn op kaart B 9.1 de archeologische waarden, de overblijfselen in de bodem van menselijke activiteiten uit het verleden, weergegeven. In dit bestand zijn deze aangegeven als waardevol, meer waardevol en meest waardevol.

  • Waterlopeninventarisatie door de muskusrattenbestrijders.

  • Hoofdkernen in de Eems Dollard Regio.

  • Tussen 1974 en 1978 is in dit kader de milieukartering van Drenthe gedaan ten behoeve van de ruimtelijke planning op nationaal niveau. De milieukartering bevat verschillende eigenschappen van het natuurlijk milieu. Een van deze eigenschappen is de landschappenkaart. De landschappenkaart is opgebouwd aan de hand van vorm,inrichting en topografische eigenschappen in 9 verschillende typen landschappen.

  • De NIW (Nitrofiele Indicatie Waarde) is een maat voor de ammoniakbelasting en is gebaseerd op het voorkomen van ammoniakminnende korstmossen. Hoge waarden geven aan waar het milieu sterk verontreinigd is.

  • De AIW (Acidofiele Indicatie Waarde) is een maat voor de ammoniakbelasting en is gebaseerd op het voorkomen van korstmossen die gevoelig zijn voor ammoniak. Hoge waarden geven aan waar het milieu nog relatief weinig beinvloed is.