publicationDateYear

2002

36 record(s)
 
License
Type of resources
protocol
Years
revisionDateYears
publicationDateYears
From 1 - 10 / 36
  • Een luchtfoto is een afbeelding van een gedeelte van het aardoppervlak, gefotografeerd van uit een hoog standpunt los van het aardoppervlak, veelal vanuit een luchtvaartuig.

  • Bestand met dobben in Fryslân. Dit zijn depressies (kommen) in het Pleistocene landschap, geheel of gedeeltelijk gevuld met veen en gyttja. In de dobben, die door de mens zijn uitgeveend, komen meertjes voor. De dobben kunnen deflatiekommen zijn, d.w.z uitgeblazen kommen, ontstaan binnen het dekzandlandschap. Deze kommen zijn meestal niet dieper dan 3 meter.

  • Bestand met esdekken in Fryslân.

  • Bestand met de aardkundige periode-indeling in Fryslân. De periode van vorming (tijd) is een belangrijk criterium voor het indelen in hoofdlandschappen, evenals de inbreng van mensen, ook wel antropogeen landschap genoemd. De volgende drie hoofdlandschapstypen zijn weergegeven op de kaart 'Periode-indeling': antropogene landschapselementen, holocene landschap, pleistocene landschap.

  • Bestand met terpen in Fryslân.

  • Bestand met verdwenen en bestaande spoorwegen in Fryslân.

  • Bestand met de historische droogmakerijen. Een droogmakerij is een polder die is ontstaan door het droogleggen van een door de natuur of door de zelnering dan wel turfwinning gevormd meer. De fraaiste droogmakerijen vinden we ten zuiden van Leeuwarden in de vorm van de Grutte Wergeaster Mar en het Hempensermeer. De meeste voormalige plassen die als droogmakerijen worden aangeduid zijn dankzij een verbeterde bemaling in de directe omgeving of door aftapping drooggevallen.

  • Bestand met historische jaagpaden en trekwegen. Deze wegen zijn oorspronkelijk bedoeld om binnenschepen voort te trekken. In het begin door mankracht, later door trekdieren. Het stelsel van kanalen en gekanaliseerde waterwegen met jaagpaden op de kruin van de dijk kwam tot volle ontwikkeling in de 17de en 18de eeuw. Het verschil tussen een jaagpad en een trekweg ligt in de breedte van het dwarsprofiel van het begaanbare deel langs de waterweg. Langs de paden staan op sommige plaatsen nog rolpalen om een schip door een bocht of uit de monding van een haven te trekken (Haulerwijk, Stavoren).

  • Bestand met locaties van veenwinning en petgaten. Op de kaart zijn alle petgaten die er, voor zover ons bekend, zijn geweest aangegeven. Een groot deel ervan is later drooggemalen of gedempt en de resterende complexen (o.a. Alde Feanen, Deelen, Rottige Meenthe) hebben thans meestal een functie als natuurgebied.

  • Bestand met verdwenen en huidige sluizen almede het type sluis. Sluizen, of zijlen, zijn kunstmatige waterlozingspunten en punten voor watertoevoer. De bouw ervan hangt samen met het afsluiten van gebieden van het boezem- of zeewater door middel van dijken. De Friese boezem is aanvankelijk waarschijnlijk één stelsel geweest van met elkaar in verbinding staande wateren, maar vanaf de late middeleeuwen begon men scheidingen aan te brengen door middel van sluizen en werd de boezem in kleinere boezems verdeeld. Er worden verschillende typen sluizen onderscheiden: duikersluis of pomp; verlaat of schutsluit, zijl of uitwateringssluis.