publicationDateYear

2000

19 record(s)
 
Type of resources
protocol
Years
revisionDateYears
publicationDateYears
From 1 - 10 / 19
  • Gebieden waar oppervlaktewater tijdelijk geborgen kan worden.

  • Het bestand geeft informatie over de bodem-fysische gelaagdheid in het bodemprofiel tot ca. 1.20 meter diepte. Er worden 23 verschillende eenheden onderscheiden. Elke eenheid representeert een bodemprofiel met een specifieke gelaagdheid. Aan de afzonderlijke bodemlagen in het bodemprofiel kunnen bodemfysische kenmerken uit de Staringreeks worden gekoppeld. De ligging van deze eenheden is afgeleid van de Bodemkaart van Nederland, schaal 1 : 50 000. Hiervoor zijn de eenheden van de bodemkaart geclusterd naar de 23 verschillende bodem-fysische eenheden. De indeling is in 1985 aanvankelijk ontwikkeld op basis van de eenheden van de Bodemkaart van Nederland, schaal 1 : 250 000 voor de z.g.n. PAWN-studies (Policy Analysis for the Watermanagement of the Netherlands)

  • Overstroomde gebieden bij overlaten, bij de westelijke overlaten Bokhovensche en de Baardwijkse overlaten en bij de overlaten voor het gebied van de Beersche Maas.

  • Gebieden die in het verleden zijn overstroomd door oorlogshandelingen in 1940-1945.

  • Uittredend grondwater dat in sloten terechtkomt. Op basis van het verschil tussen het slootpeil en de stijghoogte in het eerste watervoerend pakket. Aangemaakt door het NITG-TNO op basis van de sloten en greppels uit het top10vectorbestand (TDN, 1997?), het Actueel Hoogtebestand Nederland (RWS-MD, 1999) en de stijghoogte in het eerste watervoerende pakket (REGIS, 1998)

  • Stijghoogte in het watervoerend pakket 1. Bepaald aan de hand van stijghoogtegegevens van april 1995. Bron: REGIS (1998).

  • Overstroomd gebied als gevolg van de watersnoodramp in 1953.

  • Bestemmingsplangegevens, plangrenzen met plannummers

  • De laaggelegen historische natte gebieden.

  • Diepteligging (in m+NAP) van het grensvlak waar het chloridegehalte van het grondwater 150 mg/l bedraagt. Bron: REGIS (1998). Kennis over de diepteligging van het zoet-zout grensvlak is noodzakelijk bij het installeren van putten voor drinkwater, agrarisch of industrieel gebruik. Dit geldt voor installaties waar het grond-water ook daadwerkelijk wordt gebruikt voor bijvoorbeeld vee-drinkwater, beregening, viskwekerijen etc. maar ook voor gesloten systemen zoals koude of warmteopslag.