From 1 - 10 / 149
  • Berekende trendwaarden horizontale positie kustlijn ten opzicht van de Basiskustlijn voor het jaar 2010. Cijfer en kaarten worden jaarlijks verwerkt in het kustlijnkaartenboek dat wordt uitgegeven door de Waterdienst. Op basis van dit boek wordt het suppletieschema voor het jaar 2 jaar na meting vastgesteld. Afgebeeld is de trend in uitwijking van de positie van de te toetsen kustlijn (TKL) ten opzichte van de Basiskustlijn. In de onderliggende tabel alle toetsparameters die door de toetsprogrammatuur WINKUST worden uitgerekend. De kleuring geeft de richting van de trend (zeewaarts/landwaarts) en geeft de ligging weer van de tkl (zeewaarts/landwaarts).

  • Dit bestand bevat de nationale landschappen binnen de provincie Groningen: een deel van het Nationaal Landschap Drentsche Aa en het Nationaal Landschap Middag-Humsterland. Nationale landschappen zijn gebieden met internationaal zeldzame of unieke en nationaal kenmerkende landschapskwaliteiten, en in samenhang daarmee bijzondere natuurlijke, cultuurhistorische en recreatieve kwaliteiten. Landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten van nationale landschappen moeten behouden blijven, duurzaam beheerd en waar mogelijk worden versterkt. Ook zijn samenhang, toegankelijkheid en beleefbaarheid belangrijke kernbegrippen. Uitgangspunt is dat de nationale landschappen zich sociaal-economisch voldoende moeten kunnen ontwikkelen, terwijl de bijzondere kwaliteiten van het gebied worden behouden en worden versterkt.

  • De markeerdieptekaart geeft overzicht van de minimale diepte t.o.v. LAT, die de veiligheid van de scheepvaart moet waarborgen binnen het begrenzing van het NCP. Deze is per 01-08-2013 aangepast op het nieuwe verkeersscheidingsstelsel.

  • Primaire watergebieden zijn (als zodanig aangewezen) laaggelegen gebieden in de buurt van steden en dorpen die bij hevige neerslag ruimte bieden voor waterberging. In de primaire watergebieden is het belang van het water kaderstellend. Hier is geen ruimte voor initiatieven die de wateropvang functie belemmeren. Dit betekent niet dat ontwikkelingen uitgesloten zijn: nieuwe bebouwing bijvoorbeeld is toegestaan, mits het waterbergend vermogen niet wordt aangetast. Nieuwe kapitaalintensieve functies worden zoveel mogelijk geweerd in verband met de kans op schade. Waterbergingsgebieden zijn gebieden die bij hoog water gebruikt worden voor wateropvang. De gebieden zijn hiervoor geschikt gemaakt door het aanbrengen van waterhuishoudkundige werken zoals dijken, kades en inlaatwerken. De polders Noord- en Zuid Meene (gemeente Hardenberg), de Beulakerpolder (gemeente Steenwijkerland) en Wetering Oost en -West (gemeente Steenwijkerland) zijn aangewezen als waterbergingsgebied. Deze functie moet behouden blijven. Het belang van het water is hier kaderstellend. Ontwikkelingen die hiermee in strijd zijn worden geweerd. In waterbergingsgebieden mag worden gebouwd mits hierdoor het waterbergend vermogen niet wordt aangetast (bijvoorbeeld door te bouwen op palen). Daarbij geldt wel dat nieuwe kapitaalintensieve functies zoveel mogelijk worden geweerd in verband met schadekosten. Waterbergingsgebieden zijn aangewezen als gebieden waarin water in extreme situaties kan worden vastgehouden om te voorkomen dat waterafvoersystemen overbelast raken en er wateroverlast optreedt op plekken waar het meer schade toebrengt.

  • Faunaknelpunten zijn locaties waar maatregelen nodig zijn voor het opheffen van infrastructurele barrières voor dieren in de ecologische hoofdstructuur, het beperken van faunaslachtoffers en het versterken van de samenhang van natuurgebieden. De locaties bevinden zich op kruispunten van de ecologische hoofdstructuur met infrastructuur en waterkeringen. De knelpunten zijn overgenomen uit een onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van provincie Overijssel evenals knelpunten binnen Overijssel die beschreven staan in Alterra rapport 2013-2014. Bij het onderzoek van de provincie Overijssel is gekeken naar faunaknelpunten binnen de provinciale ecologische hoofdstructuur en de te realiseren ecologische verbindingszones. Hierbij is gekeken naar rijks-, provinciale- en gemeentelijke wegen, spoorwegen en kanalen. Uitgangspunt bij de inventarisatie is het voorkomen van versnipperinggevoelige diersoorten in het desbetreffende gebied. Een overlay met het wegennet resulteerde in knelpunten ten aanzien van de verspreiding van dieren en uitwisseling tussen deelpopulaties. Sommige knelpunten zijn afgelopen jaren opgelost, deze zijn terug te vinden als "voorziening".

  • De ondergrond van Overijssel biedt mogelijkheden voor de winning van zand. Onderscheid wordt gemaakt tussen multifunctionele zandwinningen en functionele ontgrondingen. Bij multifunctionele winningen is het hoofddoel winning van zand, maar heeft de winning locatie tijdens en vooral na gebruik ook andere functies (natuur, recreatie, waterberging, energiewinning). De locatie heeft hierdoor toegevoegde waarde voor de omgeving. Aan nieuwe zandwinlocaties stelt de provincie Overijssel de eis dat deze multifunctioneel moeten zijn, moet passen binnen het bestaande netwerk van zandwinningen en bijdragen aan behoud en versterking van de gebiedskenmerken. Nieuwe ontwikkelingen zijn alleen mogelijk als onderbouwd is dat uitbreiding van bestaande locaties geen redelijk alternatief is. Een functionele ontgronding is gekoppeld aan de realisatie van een maatschappelijk gewenste functie. Het ontgronden is daarbij geen doel op zich, maar essentieel onderdeel van het uit te voeren werk. Het beleid voor functionele ontgrondingen is gericht op het zoveel mogelijk voorkomen (vanuit behoud van ruimtelijke kwaliteit) van aantasting van natuur en landschap en op bevordering van zuinig ruimtegebruik. Ten aanzien van het voorkomen van de toepassing van eindige grondstoffen zal de provincie met het oog op duurzaam gebruik van grondstoffen in de eigen werken zoveel mogelijk secundaire en vernieuwbare grondstoffen toepassen. Om te voorzien in een toekomstige behoefte aan zand, moeten eerst de mogelijkheden van uitbreiding van bestaande ontgrondingen zijn benut voordat meegewerkt wordt aan een nieuwe locatie. Ook voor de uitbreiding van bestaande zandwinning gelden de eisen van multifunctionaliteit en inpassing conform de gebiedskenmerken. Voor zandwinning op bestaande locaties gelden de voorwaarden die gesteld zijn in de ontgrondingvergunning die daarvoor is afgegeven.

  • Compilage van laatst gemeten diepte gegevens in een gebied in een jaar, tot een bepaalde maand. Bestaande uit diepte per vierkante meter als grid en maand van opname ter plaatse als shapefiles.

  • Dit bestand toont het gebied waarop beheer van wegen wordt uitgevoerd door provincie Gelderland. Dit bestand vervangt het bestand GEO.ToVeGt_Beheergrens.

  • Locatie van afvalstortplaatsen met een nationale functie in Overijssel. Deze functie is gebaseerd op het Landelijke Afvalbeheerplan (LAP). De afvalstortplaatsen liggen in Bovenveld (gemeente Hardenberg), Elhorst-Vloedbelt (gemeente Borne) en Boeldershoek (gemeente Hengelo en Enschede). Voor de voormalige afvalstortplaatsen die na 1 september 1996 zijn gesloten is een wettelijke nazorgregeling ingevoerd. De verantwoordelijkheid voor de nazorg van deze stortplaatsen is bij de provincies gelegd. Bij stortplaatsen die vóór 1996 zijn gesloten heeft het storten veelal aan of onder een maaiveld plaatsgevonden. Meestal zonder milieubeschermende middelen zoals onderafdichting of bovenafdichting. De verantwoordelijkheid voor de nazorg van deze voormalige stortplaatsen is niet geregeld.

  • Geluidsreducerende voorzieningen zoals geluidsschermen en geluidswallen langs provinciale wegen.