From 1 - 10 / 115
  • Dikte slecht doorlatende lagen boven bepompt pakket (Gegevens ontleend aan REGIS) in grondwaterbeschermingsgebieden.

  • Actualisatie van gewenste natuurdoelen van bestaande en nieuwe gebieden met speciale natuurfunctie. G.S. 24 april 2007. De natuurdoeltypen zijn doelen voor de realiseringstermijn (tot 2018) van de Ecologische Hoofdstructuur van de provincie Drenthe. POPII, kaart G. geeft de stand van zaken 2004 weer.

  • Overschrijding van de kritische depositiewaarde stikstof vennen van de natuurdoeltypenkaart van Drenthe voor de huidige situatie (2004) en na te nemen maatregelen. Onder kritische depositiewaarde wordt verstaan de hoeveelheid stikstofdepositie die een ecosysteem nog kan verdragen zonder schade te ondervinden.

  • Locatie uit het bodeminformatiesysteem GLOBIS (Geografisch Landelijk Overheids Bodem Informatiesysteem); het gaat hier om locaties waar een onderzoek heeft plaatsgevonden.

  • Dit bestand geeft de situatie over kapmeldingen, illegale vellingen, perceelsnummers en eigenaren weer op grond van het bepaalde in de Boswet van 20 juli 1961. Het betreft hier de situatie tot en met januari 2017.

  • Locaties uit het GLOBIS (Geografisch Landelijk BodemiInformatiesysteem) met status informatie.

  • Om de schade door overwinterende ganzen en smienten aan de landbouw te beperken, en tegelijkertijd de duurzame instandhouding van deze soorten te waarborgen heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) ca. 80.000 ha foerageergebied aangewezen voor kolgans, grauwe gans, smient, brandgans en kleine rietgans. Deze foerageergebieden moeten zoveel mogelijk binnen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) liggen. In de foerageergebieden moet zo weinig mogelijk verstoring zijn en voldoende voedsel voor de ganzen worden aangeboden. De Provincies begrenzen de foerageergebieden. In de begrensde gebieden worden beperkingen vanuit de Flora- en faunawet van kracht en zijn er subsidiemogelijkheden in het kader van de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer (SAN) van Programma Beheer (PB). Buiten de foerageergebieden kunnen de ganzen worden verjaagd en eventueel worden bejaagd. Gedeputeerde Staten van Noord-Holland hebben op 25 april 2006 het “Begrenzingenplan Ganzenfoerageergebieden Noord-Holland” vastgesteld. Er is toen in totaal 5.794 hectare begrensd in de Zeevang, Waterland-Oost en de Vechtstreek. De begrenzing wordt nu enigszins aangepast als gevolg van enkele binnengekomen beroepen en de mogelijkheid om een gedeelte van het Vogelrichtlijngebied Zeevang te begrenzen. In dit plan is nu 6.080 hectare begrensd. Dit plan vervangt het plan zoals dat op 25 april 2006 is vastgesteld.

  • Bestand met de gebieden in Gelderland waar steenkoolgas (methaangas) in de bodem aanwezig is. De meest recente informatie over het voorkomen van steenkoolgas in Gelderland is te vinden op de website van het Nederlandse olie- en gasportaal http://www.nlog.nl. In 2009 heeft een controle plaatsgevonden op de gegevens waaruit is gebleken dat de inhoud nog steeds geldend is.

  • Gevoeligheid van het grondwater voor alle stofgroepen bepaalt aan de hand van doorbraaktijd en percentage ondiep afstromend grondwater. Te gebruiken om de kwetsbaarheid te kunnen bepalen van de specifieke locatie voor organische microverontreinigingen, bestrijdingsmiddelen en nitraat Voor de gemeente Vijfheerenlanden, die sinds 1 januari 2019 deel uitmaakt van de provincie Utrecht, is nog geen data beschikbaar.

  • De kwantitatieve gevoeligheid is gedefinieerd als het product van de verblijftijd van grondwater met de infiltratiesnelheid. Wanneer namelijk een waterdeeltje twee maal langer onder de grond blijft, is het twee maal zo belangrijk voor de waterkwaliteit in een aquifer. Het zelfde geldt voor de infiltratiesnelheid. Wanneer in een gebied twee maal meer infiltreert dan in een ander gebied (en de verblijftijd is gelijk), is het gebied twee maal belangrijker voor de algehele grondwaterkwaliteit. De kaart geeft daarom aan welke gebieden belangrijk zijn voor de ‘algehele waterkwaliteit’, alleen rekening houdend met conservatief transport, en dus zonder rekening te houden met afbraak en retardatie. Inzicht in de kwantitatieve gevoeligheid is van belang, omdat de belangrijkste karakteristiek van grondwatersystemen is, dat het grootste deel ondiep en kort in de ondergrond verblijft, en een heel klein deel van een gebied voor een groot deel de diepere waterkwaliteit bepaalt. Op de kaart is de kwantitatieve gevoeligheid weergegeven op logaritmische schaal. Voor de gemeente Vijfheerenlanden, die sinds 1 januari 2019 deel uitmaakt van de provincie Utrecht, is nog geen data beschikbaar.