Creation year

2002

45 record(s)
 
License
Type of resources
protocol
Years
revisionDateYears
publicationDateYears
From 1 - 10 / 45
  • Interferentiegebieden zijn gebieden waarin ordening van bodemenergiesysteem wenselijk is, waarin een gericht en sturend beleid t.a.v. bodemenergie gevoerd kan worden. Mogelijke interferentiegebieden. N.B.: Rapport ligt bij contactpersoon. Rapportgegevens zijn: Documenttitel: Mogelijkheden voor ondergrondse energieopslag in de provincie Drenthe, 14 oktober 2002 Projectnummer: 9M2460 (Royal Haskoning). Opdrachtgever: Provincie Drenthe Referentie: 9M2460/R00003/MVVU/Gron.

  • Hoogtemodel van de platen in de Waddenzee in de vorm van een grid met een resolutie van 5 meter waarbij de hoogtewaarde is opgenomen in meters. Delen van de platen in de Waddenzee worden elk jaar in hoogte vastgelegd. Een digitaal hoogte model (DHM) is een bestand waarbij de hoogte wordt weergegeven volgens een regelmatig, rechthoekig raster. Iedere cel van het raster (ook wel een gridcel genoemd) krijgt een hoogtewaarde. Deze hoogtewaarde wordt berekend uit de omliggende laserpunten van het gefilterde basisbestand. De hiervoor gebruikte techniek is een zogenaamde gewogen gemiddelde interpolatie . Meer informatie en uitleg over de interpolatie vindt U in de handleiding de grids van het AHN te vinden op www.ahn.nl. Als er geen laserpunten in de buurt van een gridcel liggen blijft de cel leeg (de cel krijgt een nodata waarde). Belangrijk om te weten is dat de waarde van een 5x5 meter gridcel wordt berekend uit meerdere laserpunten (het aantal is afhankelijk van de puntdichtheid van het basisbestand). Hierdoor neemt de invloed van de meetruis en uitschieters af en treedt er een lichte mate van vervlakking op.

  • De selectie van gebieden in de provincie Drenthe voor de toepasbaarheid van horizontaal gesloten systemen is op basis van een puntenwaardering uitgevoerd. Het maximaal aantal punten dat kan worden behaald is 9.Bij een horizontale bodemwarmtewisselaar wordt een stelsel van buizen horizontaal op circa 1 tot 2 meter onder maaiveld aangebracht. N.B.: Rapport ligt bij contactpersoon. Rapportgegevens zijn: Documenttitel: Mogelijkheden voor ondergrondse energieopslag in de provincie Drenthe, 14 oktober 2002Projectnummer: 9M2460 (Royal Haskoning)Opdrachtgever: Provincie DrentheReferentie: 9M2460/R00003/MVVU/Gron.

  • Bestand met dobben in Fryslân. Dit zijn depressies (kommen) in het Pleistocene landschap, geheel of gedeeltelijk gevuld met veen en gyttja. In de dobben, die door de mens zijn uitgeveend, komen meertjes voor. De dobben kunnen deflatiekommen zijn, d.w.z uitgeblazen kommen, ontstaan binnen het dekzandlandschap. Deze kommen zijn meestal niet dieper dan 3 meter.

  • Bestand met esdekken in Fryslân.

  • Bestand met de aardkundige periode-indeling in Fryslân. De periode van vorming (tijd) is een belangrijk criterium voor het indelen in hoofdlandschappen, evenals de inbreng van mensen, ook wel antropogeen landschap genoemd. De volgende drie hoofdlandschapstypen zijn weergegeven op de kaart 'Periode-indeling': antropogene landschapselementen, holocene landschap, pleistocene landschap.

  • Bestand met terpen in Fryslân.

  • Bestand met verdwenen en bestaande spoorwegen in Fryslân.

  • Bestand met de historische droogmakerijen. Een droogmakerij is een polder die is ontstaan door het droogleggen van een door de natuur of door de zelnering dan wel turfwinning gevormd meer. De fraaiste droogmakerijen vinden we ten zuiden van Leeuwarden in de vorm van de Grutte Wergeaster Mar en het Hempensermeer. De meeste voormalige plassen die als droogmakerijen worden aangeduid zijn dankzij een verbeterde bemaling in de directe omgeving of door aftapping drooggevallen.

  • Bestand met historische jaagpaden en trekwegen. Deze wegen zijn oorspronkelijk bedoeld om binnenschepen voort te trekken. In het begin door mankracht, later door trekdieren. Het stelsel van kanalen en gekanaliseerde waterwegen met jaagpaden op de kruin van de dijk kwam tot volle ontwikkeling in de 17de en 18de eeuw. Het verschil tussen een jaagpad en een trekweg ligt in de breedte van het dwarsprofiel van het begaanbare deel langs de waterweg. Langs de paden staan op sommige plaatsen nog rolpalen om een schip door een bocht of uit de monding van een haven te trekken (Haulerwijk, Stavoren).