From 1 - 10 / 52
  • Voor verzuring gevoelige gebieden op basis van gemeentelijke informatie.

  • Inventarisatie van historische stedenbouw. Historische stedenbouw is de combinatie van de historisch gegroeide ruimtelijke structuur en de historische bebouwing. Het kan gaan om een gehucht, dorp, stad, woonwijk of industrieel complex. Behalve de rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten zijn alle contouren in deze kaartlaag voorzien van een beschrijving en één of meerdere foto's. De Cultuurhistorische Waardenkaart is op 26 september 2006 definitief vastgesteld door GS van Noord-Brabant.

  • Gebieden waar oppervlaktewater tijdelijk geborgen kan worden.

  • Habitatrichtlijngebieden op basis van Europese richtlijnen.

  • Het essenbestand is samengesteld uit 2 bronbestanden. Enerzijds bestaat het bestand uit de hoge bruine en zwarte enkeerdgronden uit de bodemkaart (Alterra), anderzijds zijn op basis van diverse kenmerken (hoogte, grondsoort, historisch grondgebruik etc.) de essen bepaald. Dit project heeft plaatsgevonden in het kader van het Natuurgebiedsplan herziening 2005. De methodiek die is toegepast voor het bepalen van de locatie van de essen is terug te vinden in het document “Methode van onderzoek essenkaart.doc”.

  • Inventarisatie van historische groenstructuren in het landschap. De groenelementen en structuren zijn veelal door ingrepen van de mens ontstaan. Meestal zijn deze omwille van de functionaliteit ontstaan, denk maar aan houtwallen, heggen, grienden- en hakhoutcultuur, plantage- en ontginningsbossen en bomenrijen. Vaak worden deze nu als natuur beschouwd. Daarnaast zijn er ook groenelementen die esthetische/culturele overwegingen ontstaan, zo kennen we diverse parken, pastorietuinen, dreven en bepaalde solitaire bomen (Juliananlinde). Beide groepen vormen het levend erfgoed van onze provincie. De groenstructuren zijn voorzien van beschrijvingen en foto's. De Cultuurhistorische Waardenkaart is op 26 september 2006 definitief vastgesteld door GS van Noord-Brabant.

  • Inventarisaties van historische zichtrelaties. De Cultuurhistorische Waardenkaart is op 26 september 2006 definitief vastgesteld door GS van Noord-Brabant.

  • De indicatieve kaart van Archeologische Waarden geeft een indicatie van de ligging van gebieden met een hoge, een middelhoge of een lage verwachtingswaarde. Deze waarden geven aan of de kwantiteit van de te verwachten archeologische resten hoog, gemiddeld of laag is. Gebieden met een lage verwachting hoeven niet leeg te zijn. De gebruikte analysemethode en de stand van kennis van locatiekenmerken maakt dat de aanwezigheid van bepaalde verschijnselen zoals heiligdommen, resten van agrarische systemen en depotvondsten moeilijk of niet voorspelbaar is.

  • Inventarisatie van indicatieve archeologische waarden. Een indicatieve waarde heeft betrekking op de bovenste 1,2 meter van de ondergrond. Op de kaart staan gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde, gebieden met een lage archeologische verwachtingswaarde en gebieden waar geen verwachtingswaarde van bekend is ('Geen gegevens'). Deze laatste categorie betreft veelal stads- en dorpskernen. De Cultuurhistorische Waardenkaart is op 26 september 2006 definitief vastgesteld door GS van Noord-Brabant.

  • Het bestand geeft informatie over de bodem-fysische gelaagdheid in het bodemprofiel tot ca. 1.20 meter diepte. Er worden 23 verschillende eenheden onderscheiden. Elke eenheid representeert een bodemprofiel met een specifieke gelaagdheid. Aan de afzonderlijke bodemlagen in het bodemprofiel kunnen bodemfysische kenmerken uit de Staringreeks worden gekoppeld. De ligging van deze eenheden is afgeleid van de Bodemkaart van Nederland, schaal 1 : 50 000. Hiervoor zijn de eenheden van de bodemkaart geclusterd naar de 23 verschillende bodem-fysische eenheden. De indeling is in 1985 aanvankelijk ontwikkeld op basis van de eenheden van de Bodemkaart van Nederland, schaal 1 : 250 000 voor de z.g.n. PAWN-studies (Policy Analysis for the Watermanagement of the Netherlands)